Particulier Image Particulier Relaties & Familie Trouwen & Partnerschap

Moeten gehuwden met kinderen nog wel een testament maken of is alles voor hen al in de wet geregeld?

Wanneer binnen een huwelijk één van de echtgenoten overlijdt en de andere echtgenoot als langstlevende achterlaat, samen met één of meer eigen kinderen, geldt de wettelijke verdeling. De wettelijke verdeling geldt ook wanneer sprake is van een geregistreerd partnerschap. De wettelijke verdeling is een regeling die in de wet is opgenomen. Het is dus een door de wetgever ingebouwde ‘basisvoorziening’. Deze regeling wordt automatisch toegepast als de erflater gehuwd is op het moment van overlijden, minstens één eigen kind heeft en geen testament heeft gemaakt. Door bij leven een testament te maken, kan van dit basissysteem worden afgeweken of kan het systeem op maat worden gesneden.

De wettelijke regeling

Door de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende partner alle bezittingen uit de erfenis (ook wel: ‘nalatenschap’ genoemd). De langstlevende partner wordt automatisch eigenaar van deze bezittingen en mag daar mee doen en laten wat hij wil. Daar staat tegenover dat de langstlevende partner ook alle schulden uit de nalatenschap van de overledene moet betalen.

De kinderen zijn ook erfgenamen, maar zij krijgen door de werking van de wettelijke verdeling geen goederen uit de nalatenschap in handen. Hun erfdeel bestaat uit een geldvordering op de langstlevende ouder. Dit betekent dat de kinderen recht hebben op de betaling van een bepaald geldbedrag door de langstlevende, dat overeenkomt met hun erfdeel. Zij zijn dus schuldeisers.

Stel: A en B zijn gehuwd en hebben twee kinderen (C en D). A overlijdt. Het erfdeel van de kinderen is dan 1/3 omdat B, C en D alle drie 1/3 van de nalatenschap krijgen. De kinderen krijgen dus een geldbedrag ter grootte van 1/3 van de waarde van de nalatenschap. Dit geldbedrag kunnen zij in principe pas opeisen als de langstlevende partner overlijdt. Op deze manier kan de langstlevende ongestoord voortleven. Hij hoeft tijdens leven namelijk niets aan de kinderen te betalen.

De eventuele erfbelasting die is verschuldigd over de vorderingen van de kinderen, zal door de langstlevende partner aan de belastingdienst moeten worden betaald.

Hierna volgen enkele voorbeelden om te verduidelijken in welke situaties de wettelijke verdeling geldt. In de voorbeelden heeft de overledene geen testament opgesteld.

Voorbeelden:

Voorbeeld 1: A en B zijn getrouwd. B heeft twee kinderen uit een eerder huwelijk. A overlijdt. In dat geval is geen sprake van de wettelijke verdeling, omdat op het moment van overlijden van A geen sprake is van eigen kinderen van erflater A.

Voorbeeld 2: A en B zijn getrouwd. A en B hebben een kind, C. Kind C is onterfd. C heeft wel een kleinkind, D. A overlijdt.

In dat geval is wel sprake van de wettelijke verdeling, omdat volgens de wet kleinkind D dan in plaats van kind C treedt en daarmee als ‘eigen kind’ kan worden gezien.

Voorbeeld 3: A en B zijn ongehuwde samenwoners en hebben samen twee kinderen, C en D. A overlijdt.

In dat geval is de wettelijke verdeling niet van toepassing, omdat A en B niet getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan.

Afwijken van de wettelijke verdeling

De wettelijke verdeling is, zoals gezegd, een wettelijke regeling, die automatisch van toepassing is bij het overlijden van een gehuwd persoon, die zijn echtgenoot en kind(eren) als erfgenamen achterlaat.

Wanneer de wettelijke verdeling niet gewenst is, zult u een testament moeten opstellen. In het testament kan de wettelijke verdeling dan buiten toepassing worden verklaard. Wat gebeurt er dan? Dan zullen de langstlevende en de kinderen samen moeten overleggen wie welke goederen krijgt, tenzij in het testament anders is bepaald.

Ook wanneer de wettelijke verdeling wél gewenst is, kan het toch verstandig zijn om een testament op te stellen. In de eerste plaats kan in een testament de wettelijke verdeling op maat worden gesneden. Denk bijvoorbeeld aan het benoemen van een executeur. Daarnaast kan in een testament op een aantal belangrijke punten van de wettelijke verdeling worden afgeweken.

Waarom zouden gehuwden willen afwijken van de wettelijke verdeling? Hiervoor kunnen verschillende redenen bestaan, bijvoorbeeld:

De geldvorderingen van de kinderen – die op
grond van het wettelijke erfrecht in beginsel pas opeisbaar zijn bij het overlijden van de langstlevende partner – kun je in een testament ook opeisbaar maken wanneer de langstlevende partner bijvoorbeeld hertrouwt of wordt opgenomen in een zorginstelling/verpleegtehuis;

De wens om – naast de eigen kinderen – ook een of meerdere stiefkinderen in de wettelijkeverdeling te betrekken. Het is mogelijk om in een testament een stiefkind tot erfgenaam te benoemen en dit stiefkind dan in de wettelijke verdeling te betrekken. Een wettelijke verdeling met alleen stiefkinderen (zonder eigen kinderen) is trouwens niet mogelijk;
Vanwege een besparing van erfbelasting – met het oog op het overlijden van de langstlevende partner (ook wel ‘het tweede overlijden’ genoemd) – kan het gewenst zijn om in een testament af te wijken van de wettelijke renteregeling ten aanzien van de vorderingen van de kinderen.

Tip

Ook voor gehuwden (of geregistreerde partners) met kinderen kan het, ondanks het bestaan van de wettelijke verdeling als basisvoorziening in de wet, verstandig zijn om een testament te maken. Laat u hierover adviseren door uw erfrechtspecialist.

Picture of Auteur <b>Jan - Kees Meijer</b>
Auteur Jan - Kees Meijer

Datum december 11, 2023

Gerelateerd

Heb je vragen over dit onderwerp of andere notariële zaken?
Neem contact op met Notariaat Meijer. Doordeweeks bereikbaar tussen 08.30 en 17.00